Scriptieontwijkend gedrag
Over de Giro d’Italia, mijn favoriete docent-influencer en het eindexamen Nederlands
Ik schrijf momenteel mijn scriptie, over humor in het werk van Wessel te Gussinklo. Althans, dat houd ik de mensen voor. Eigenlijk heb ik al een maand vrijwel niets uitgevoerd. Ik breng het grootste deel van mijn dagen zittend dan wel liggend door op mijn IKEA-bank.
Wat ik doe op die bank? Nou, sinds enige tijd heb ik een abonnement op HBO Max, inclusief Eurosport add-on à vijf euro per maand, en kijk ik veel naar ‘de koers’ (lees: wielrennen). Momenteel is de Giro d’Italia gaande en naarmate de ronde vordert, ontwikkel ik steeds meer de gewoonte om iedere rit van start tot finish te kijken. Vaak is dat een saaie aangelegenheid: er ontstaat een kopgroep, die weer wordt ingerekend, en ten slotte wint Jonas Vingegaard. De fraaie helikopterbeelden en de frequente spraakverwarringen tussen de commentatoren vergroten het kijkplezier enigszins, maar op een gegeven moment heb je het allemaal wel gezien en gehoord.
Om te voorkomen dat mijn gedachten dan, als de verveling toeslaat, afdwalen naar mijn scriptie, grijp ik naar mijn tweede scherm: de telefoon. Als Social Media Manager van De Twintigers Podcast is het mijn taak alle online trends zorgvuldig bij te houden. In die hoedanigheid tikte ik gisteren op het TikTok-icoontje en scrolde ik een uur lang door mijn ‘For You page’. De helft van de video’s die ik krijg voorgeschoteld gaat, sinds ik met rijlessen ben begonnen, over autorijden. De andere helft is willekeurige troep. Maar af en toe zit er een filmpje tussen van mijn favoriete docent-influencer: Robyn Beekman-Meinen (@robynfroukje).
Misschien is docent-influencer niet helemaal het juiste woord. Daarbij denk je toch al gauw aan van die geforceerd hippe leraren en leraressen die hun leerlingen uitbuiten voor content. Beekman-Meinen geeft een veel gewetensvollere invulling aan haar docentfluencerschap: ze maakt eenvoudige video’s waarin ze haar ervaringen als docent Nederlands deelt, openheid van zaken geeft over haar salaris en alle arbeiders oproept zich te verenigen in vakbonden.
Aangezien de eindexamenperiode net achter de rug is, gaan haar meest recente video’s vooral over de beslommeringen daaromtrent. Zo plaatste ze een filmpje waarin ze haar eigen antwoorden op de vragen van het eindexamen vwo deelt en later ook een video over haar bezwaren bij het correctievoorschrift. Om te kunnen beoordelen of Beekman-Meinen het bij het rechte eind heeft, en ook een beetje om te testen of ik sinds het einde van mijn middelbare schooltijd leesvaardiger ben geworden, besloot ik het examen zelf te maken.
Toegegeven, ik heb geen poging gedaan de omstandigheden van een daadwerkelijk eindexamen te simuleren. Ik ben gewoon op de bank blijven zitten – met de televisie op mute om me optimaal te kunnen concentreren – en heb mijn antwoorden in een Google doc (dus met spellingcontrole) genoteerd. Na twee uur zwoegen was ik klaar en mocht ik het correctievoorschrift openen. Ik haalde 65 van de 75 punten, een 8,7. Een niet eens zo heel strenge tweede corrector zou vermoedelijk nog wat punten in mindering brengen, maar ik denk dat ik ervan uit mag gaan dat ik een 8+ heb gehaald. Dat is in ieder geval een verbetering ten opzichte van zeven jaar geleden. Toen haalde ik een 7,0.
Er is veel mis met het eindexamen Nederlands. Hoogleraar Marc van Oostendorp vatte zijn bezwaren ooit als volgt samen1: ‘Je kunt er niet goed in worden, niet in excelleren’. Je neemt de antwoorden in het correctievoorschrift ter kennisgeving aan, maar er echt iets nieuws van opsteken doe je meestal niet. Soms doet het Cito je ronduit onrecht aan. Dat had ik bij een opgave over een aantal (nogal saaie) teksten over dierenrechten. De vraag was of in de bronnen wordt betoogd dat ‘huisdieren [...] in de discussie over dierenrechten zeker een aparte status [moeten] krijgen’. In een van de teksten werd een onderscheid gemaakt tussen gedomesticeerde dieren en wilde dieren. Omdat paarden, varkens en koeien wel gedomesticeerd zijn, maar normaal gesproken toch niet als huisdieren worden beschouwd, luidde mijn antwoord ‘niet’. Dat was fout.
Robyn Beekman-Meinen bleek precies dezelfde vergissing gemaakt te hebben. Ze maakte er zelfs melding van, waarop de examenmakers reageerden dat het heel duidelijk is dat huisdieren hetzelfde zijn als gedomesticeerde dieren. Zo zijn er nog wel meer passages in het correctievoorschrift waar ik mijn vraagtekens bij heb. Voor mijn part schaffen ze het hele eindexamen af. Laat de leerlingen veel lezen (krantenartikelen, essays, romans, poëzie etc.), dan volgt de leesvaardigheid vanzelf, lijkt mij.
Als het eindexamen Nederlands dan toch nog ergens goed voor is geweest, is het dit: opnieuw ging er een middag voorbij waarop ik niet meer dan een vluchtige gedachte aan mijn scriptie besteedde. Een middag die werd afgesloten met een etappeoverwinning van Jonas Vingegaard.






Koers kijken kan je taalvaardigheid ook verrijken! In dit huishouden wordt nog regelmatig de uitroep herhaald van een Vlaamse commentator bij een massale valpartij: 'Aiai, dat ziet er niet katholiek uit.'
(En mijn scriptie-ontwijkend gedrag heeft een jaar geduurd. Kwam uiteindelijk helemaal goed.)