Performatief lezen: de oplossing
In de laatste aflevering van de podcast biechtte ik op ooit zelf begonnen te zijn als performatieve lezer. Ik las Édouard Louis in het Vondelpark en Sally Rooney op het strand. Ik hoopte vurig dat iemand mij zou opmerken. Vier jaar later maak ik met twee vrienden een podcast over literatuur, die in menige Spotify Wrapped de lijst met meest beluisterde podcasts aanvoert. Het kan verkeren.
Soms denk ik dat ik nog steeds een performatieve lezer ben. Ik ben alweer twee maanden een man alleen en heb me nog maar eens in de hel gestort die men online dating noemt. Een Tinder-, Hinge- of Bumbleprofiel vormgeven is de ultieme performatieve handeling. Iedere foto moet een ander aspect van mijn indrukwekkende fysieke verschijning uitlichten: mijn mysterieuze glimlach, mijn uit marmer gehouwen torso en mijn volwassen haarlijn. Idealiter zeggen die foto’s ook nog iets over mijn rijke gevoelsleven – en laat ik daar nou de perfecte performatieve oplossing voor gevonden hebben: een foto van mezelf terwijl ik een roman van James Baldwin lees. Of ik daar veel lof mee oogst? Tja, af en toe vraagt een match me naar mijn mening over het boek of, als ze het toevallig zelf heeft gelezen, complimenteert ze mijn voortreffelijke smaak. Tot tastbare resultaten heeft het nog niet geleid.
Een keer vroeg iemand me of ik wel een echte lezer ben, of het niet allemaal performance is. Daarop kon ik snel antwoorden dat ik ‘Dutch literature’ studeer (ze was een internationale student), dus als ik geen echte lezer was, wie dan wel? Toch stortte deze onschuldige interactie me in een diepe existentiële crisis. Ik dacht na over hoe het allemaal begonnen was – met Édouard in het Vondelpark en Sally op het strand – en hoe het zich vervolgens had ontvouwd. Was het niet de ene na de andere performatieve handeling geweest? Zijn ze wel los van elkaar te zien, de dingen die je voor jezelf doet of voor de waardering van een ander?
Het antwoord lag voor mij, zoals wel vaker, in de podcast. Ik weet niet of iedereen hiervan op de hoogte is, maar het maken van een podcast blijkt ultiem antiperformatief te zijn. Geen vrouw op aarde heeft ooit beweerd opgewonden te raken van een man die samen met zijn vrienden urenlang in een microfoon lult en meent dat te moeten delen met de rest van de wereld. Je hoeft maar een paar keer op een datingapp te swipen en je komt een profiel tegen dat verwijst naar de afschuw die de podcastmakende man oproept (mijn persoonlijke hel is … een man met een podcast). Mijn tip voor alle jonge mannen die zich, net als ik, druk maken over hun performatieve leesgedrag: maak er een podcast over.
Thijs, Kas of Martin schrijven om de week een stukje over wat hen bezighoudt en u interesseert. Dus: abonneer!





Zolang je geen performatieve schrijver bent, is er niks aan de hand.