Literatuur tussen de loopings?
Terwijl Kas en Martin zich tussen de fijngevoelige socialisten op het RSP Poëziefestival begaven, werd ik omringd door vaders die eruitzagen als Rico Verhoeven, Michael van Gerwen, of iets ertussenin. Ik was – schrik niet – in de Efteling. En daar viel me iets op.
Niet alleen het sprookjesbos van Anton Pieck, maar ook de andere attracties vertellen een compleet, op zichzelf staand verhaal. Gezien de lange rijen en de mensen die erin staan – ik vermoed dat de meesten sinds hun kleutertijd geen boek hebben aangeraakt – zou je hoopvol kunnen zijn over de toekomst van de literatuur. Er is dan wel sprake van ontlezing, maar mensen hebben blijkbaar toch nog behoefte aan een verhaal. Zou de Eftelingganger er ook een literaire roman bij kunnen pakken?
Tijd is geld
De meeste Eftelingattracties kennen een klassieke verhaalopbouw. Het begint al in de wachtrij: door het decor en de muziek wordt er een bepaalde sfeer gecreëerd, je wordt warm gemaakt voor wat er komen gaat. Dan word je, voor je in het karretje stapt, vaak gedwongen om in een ruimte naar een verhaal te luisteren. Een pop begint te spreken, schetst de achtergrond van de situatie en eindigt met een probleem of een conflict. Door in het karretje te stappen ga je de strijd aan, word je naar een climax gereden en overwin je het kwaad.
Bij de achtbaan Baron 1898 wordt dit duidelijk zichtbaar. In een rijk gedecoreerde hal, die de sfeer van een Amerikaanse goldrush oproept, richt het licht zich op een fonograaf waaruit de stem van de baron klinkt. We moeten goud vinden, zegt hij, en snel, want tijd is geld. Maar dan horen we spookachtige muziek en verschijnen de witte wieven. Ze waarschuwen ons: ‘Ga de mijn niet in!’ Maar: rijkdom ligt in het verschiet, en we laten ons toch niet gek maken door bijgeloof?
Eenmaal vastgeketend aan de beugel van het karretje rijden we naar een laatste ruimte waar de witte wieven, met dezelfde muziek, nog een keer de confrontatie aangaan. ‘We hebben u gewaarschuwd.’ De deuren gaan open, de kar wordt traag omhoog getakeld, de spanning die dit soort achtbanen eigen is wordt opgevoerd. Op 37 meter hoogte blijven we kort steken – sabotage door de spoken. In vrije val storten we naar beneden, de mijn in.
Maar de Efteling kan het ook zonder woorden. Neem bijvoorbeeld de - overigens ontzettend oriëntalistische - Fata Morgana: een boottochtje door de ‘Verboden Stad’, geïnspireerd op Duizend-en-een-nacht. We zien armoedzaaiers, bedelaars en horen geruzie in een taal die Arabisch voor moet stellen. Dan varen we onveilig gebied in, het territorium van de sultan. Een hek valt dicht maar blijft net boven ons steken, een wachter schiet, maar mist. We zien slavenarbeid, martelingen en ter dood veroordeelden. Maar het was het allemaal waard, want we komen aan in het paleis vol edelstenen en buikdanseressen. We hebben het maar mooi overleefd.
Vluchtige verzadiging
Overal waar je kijkt zie je iets nieuws, al je zintuigen worden geprikkeld, en het is aan jou om daar, na wat aanzetjes, een verhaal bij te verzinnen. Bij de Efteling is alles een verhaal, maar het is het tegenovergestelde van literatuur. Waar je in een roman een verhaal tot je neemt en je er zelf de beelden bij moet verzinnen, is het in het pretpark juist andersom.
Alles in Kaatsheuvel is zo verzadigend, zo dikmakend: het decor, de kleuren, de muziek – het is veel, en als je er geen genoeg van kunt krijgen, is er bij iedere attractie een cadeauwinkel waar je de toverstaf van mascotte Pardoes of de ‘roomspray’ van de Fata Morgana kunt kopen. De ervaringen zijn oppermachtig, maar ook zo vluchtig. In een hap is het weg, na vijf minuten ben je vergeten waar het verhaal, daar in dat draaiende karretje, nu precies over is gegaan.
De Efteling heeft potentie als verhalenverteller, maar door overvloed maakt het van de bezoeker een vluchtige consument en versterkt het de ontlezing. Misschien zouden ze in Kaatsheuvel iedereen die het park verlaat een literaire bundel kunnen geven waar alle verhalen uit de Efteling in staan. Kies een paar schrijvers uit, geef ze de vrijheid en een ruime beloning. Wellicht dat de Eftelingganger volgend weekend dan niet voor een kapitalistisch park, maar voor een socialistisch poëziefestival kiest.
Thijs, Kas of Martin schrijven om de week een stukje over wat hen bezighoudt en u interesseert. Dus: abonneer!





